Getuigenis

U bent hier

Kinderen hebben de toekomst en wij mogen hen op weg helpen

Uit het gesprek met de zaakvoerders van kinderdagverblijf Beau-fort in Lommel ontdekken we de drijfveer en de passie achter de twee zaakvoerders.

Ainhoa en Harald maakten de overstap van de zakenwereld naar een zelfstandig kinderdagverblijf vanuit de eigen ervaring dat bestaande kinderopvang niet tegemoet kwam aan de specifieke noden van gezinnen met werkende ouders.“We probeerden, zoals zovelen, job en gezin te combineren. “Maar we wilden onze kinderen ook veel meer kunnen aanbieden dan de traditionele opvang.“Onze noden/wensen leken geen aansluiting te vinden bij de bestaande kinderopvang, waardoor wij het gevoel kregen dat de sector niet was mee geëvolueerd met de bestaande behoeften zoals flexibiliteit, lange openingsuren, specifieke zorgen, extra kind gerelateerde activiteiten, enz.”

De sector was niet mee geëvolueerd

Vanuit deze nood ontstond niet enkel een nieuwe kinderopvang, maar ook een nieuw en fris concept dat in 2015 de prijs won van “het beste business idee van Vlaanderen”, een wedstrijd van Bizidee. De rest is geschiedenis.

Binnen Beau-fort kunnen niet alleen de allerkleinsten terecht vanaf 6 uur ’s ochtends, maar ook schoolgaande kinderen kunnen terecht in de voorschoolse en naschoolse opvang tot 20 uur.
‘Beau-Fort biedt daarnaast creatieve activiteiten en extra’s aan, zoals sport, dans of theater. We organiseren ook bijlessen en huiswerkbegeleiding. Zelfs voor logopedie of kinesitherapie kunnen kinderen terecht bij Beau-fort”.

Zorgen voor kinderen en ontzorgen voor ouders

Zakelijkheid en kwaliteit gaan in onze ogen perfect samen, dat bewijzen wij elke dag opnieuw.
Voor ons is Beau-fort dan ook het voorbeeld van sociaal ondernemen.
We helpen mensen, maar op een manier waarbij we kwaliteit koppelen aan een economische manier van werken. We gaan daarnaast uit van de kracht van ons team, waarbij elke medewerker veel vrijheid krijgt om de eigen creativiteit te ontwikkelen, aan te spreken en te delen.

Het ondernemen geeft ons de kans om onze creatieve ideeën in de praktijk om te zetten. Het sociaal ondernemen wil voor ons zeggen dat we de maatschappij waarin we leven willen helpen op korte en lange termijn. We willen iedereen aanmoedigen om te genieten van elke dag en we hopen dat je dezelfde voldoening haalt uit je werk die wij eruit halen.

Federatie Kinderopvang

De Federatie Kinderopvang wil een medium zijn om creatieve ideeën uit de sector te verbinden met de politiek en andersom.
“Wat ons betreft kan de Federatie Kinderopvang een leidende en ondersteunende rol spelen in de verdere evolutie van kinderopvang als een ‘kostenpost’ voor de overheid naar een waardevolle en toegevoegde speler. Daarom is het belangrijk dat de Federatie een centrale plaats krijgt in het debat rond kinderopvang. Dat is ook ons doel en dé reden dat we ook meteen stichtend lid zijn geworden.”

„Kinderen hebben de toekomst, en wij mogen hen op weg helpen” is de conclusie van ons gesprek.

Liever met een peuter op schoot dan manager in een bureau

Marijke Belon en Stijn Laceur, organiseren samen zelfstandige kinderopvang. In 2005 begon Marijke als onthaalmoeder. Nu runt ze samen met haar echtgenoot Stijn drie zelfstandige crèches in het Waasland. Miki Lokeren, Miki Belsele en Miki’s Berenboot vormen een warm nest voor bijna honderd baby’s en peuters.

‘Kinderen zijn mijn leven’, zegt Marijke Belon, die al begon te babysitten op haar 13de, voor opvoedster studeerde en haar eerste van drie kinderen al kreeg op haar 22ste. “Toen we bouwden zat het al in de plannen om als onthaalmoeder thuis kinderen op te vangen. In 2005 ben ik daarmee gestart bij de dienst opvanggezinnen in Lokeren. Een jaar later ben ik samen met mijn schoonzus met Miki gestart in een gehuurd pand. De nood aan kinderopvang was toen nog groter dan nu. Op geen tijd waren we volgeboekt met 17 kinderen. Toen we dan een stuk grond konden kopen opende twee jaar later eindelijk onze eigen crèche voor 24 kinderen. Toen een school in de buurt vroeg om daar een zelfstandige crèche uit te baten, werd in 2009 ‘Miki Berkenboom’ geboren, goed voor 21 opvangplaatsen. En toen we de kans kregen om Den Berenboot over te nemen, kwamen er nog eens 22 opvangplaatsen bij.” 

Voor vele ondernemers is kinderopvang een prachtige zelfstandige activiteit, zeg maar een roeping. Je moet er vooral niet mee beginnen om er rijk van te worden. Maar het gevoel als zo’n peuter op je schoot kruipt, dat betekent meer dan alle groeiplannen van je bedrijf.

Alleen drie crèches runnen, met thuis nog drie eigen kinderen om op te voeden, dat was te veel van het goede. Dus liet echtgenoot Stijn zijn loopbaan als gerant bij Colruyt achter zich om de administratieve, financiële en logistieke kant van de kinderopvang op zich te nemen, zodat Marijke zich volop aan de kinderen zelf kon wijden. 

Stijn: “Ik beredder de administratie, de facturatie, de contacten met ouders, de website, nieuwe wetgeving, herstellingen, boodschappen … Bij Colruyt had ik 50 man onder mij, dus dat helpt ook bij het personeelsbeleid. Ik volgde ook nog een opleiding ‘verantwoordelijke kinderopvang’ bij Syntra. Marijke heeft dan weer de visie en knowhow om met kinderen om te gaan. We zijn dus heel complementair.”

Geen tablet, wél een snoezeltuin

Marijke: “Kinderopvang betekent voor ons dat elke peuter zich kan ontplooien volgens zijn eigen ritme en interesses. Het gaat dan ook niet alleen over Rust, Reinheid en Regelmaat - het oude pedagogische principe -, maar vooral over Ruimte, kunnen afwijken van al te strikte regels, binnen de wetgeving welteverstaan. 

Op allerlei kleine manieren proberen we ons te onderscheiden. Ouders hoeven bijvoorbeeld geen slaapzakjes en pampers mee te geven, die hebben we zelf in huis. Voor de voeding laten we geen traiteur komen, maar maken we alles vers de dag zelf, dus geen opgewarmde kost of diepvriesmaaltijden. Naast de twee basismenu’s voor baby’s en peuters zijn er heel wat afwijkingen, voor allergieën bijvoorbeeld, of ouders die hun kinderen vegetarische of halal voeding meegeven. 

Slapen doen ze in aparte kamertjes, niet allemaal samen in een speelzaal. Bij ons geen tv die voortdurend aanstaat of tablets - die zien ze thuis al genoeg - maar wel bijvoorbeeld een zelf aangelegde ‘snoezeltuin’: een belevingstuin met planten, keien, zand, water, spiegels, dieren … die al hun zintuigen stimuleert.”

Om de twee jaar verse klanten

Hoewel het opvangtekort voor ouders misschien iets minder nijpend werd, blijken de drie Miki-crèches toch ruim een jaar vooraf volgeboekt. Er zijn er een honderdtal ingeschreven voor een totale dagelijkse capaciteit van 67 en er dient dus een strikte reservatiekalender gevolgd van welk kind op welke dagen komt. Marijke: “We hebben wél een soepel systeem om te vermijden dat ouders te vaak moeten betalen op dagen dat hun kind onvoorzien afwezig is. Dat is wettelijk verplicht, maar ze hebben hier behalve hun ‘respijtdagen’ ook nog verlofdagen. In moeilijke situaties zijn we ook soepel met de afbetaling van facturen. Om de twee jaar vernieuwt heel ons ‘klantenbestand’, maar we zien ze vaak terugkomen voor een broertje of zusje.”

Miki is nu een bvba met één maatschappelijke zetel, maar elk van de drie crèches werkt autonoom, met Marijke die ter plekke haar medewerksters gaat coachen, nu zowat een dozijn. Maar dat is pas zeer recent. Stijn: “Tot het nieuwe decreet kinderopvang van 2014 hebben wij steeds gewerkt als feitelijke vereniging, met kinderverzorgsters op zelfstandige basis, want werknemers betalen was onmogelijk. Wie sinds 2009 zoals wij koos voor het IKG-systeem, dus betaald door Kind en Gezin op basis van het inkomen van de ouders, is nu in de nieuwe regeling beter af. Maar veel zelfstandige crèches die toen niet moesten weten van dat systeem, met iets meer controles en strengere voorwaarden, kozen ervoor hun eigen prijs te blijven bepalen zoals tevoren. Die vallen nu nog steeds uit de subsidieboot en wachten tot ze ook het IKG-statuut kunnen krijgen.

Ons lukt het om personeel te betalen (dankzij een nieuwe CAO daarover) en toch een redelijke dagprijs te kunnen vragen van gemiddeld zo’n 15,60 euro per kind. Maar voor wie pas start of het met de huidige basissubsidies moet rooien kan dat niet. De ouders weten ook dat ze daar meer zullen betalen en stappen zo gauw ze kunnen over naar een IKG-crèche. We beseffen dat heel wat ondernemers in de zelfstandige kinderopvang het nu moeilijk hebben, maar we zijn toch op de goeie weg. Het doel is tegen 2020 voor elk kind een betaalbare opvang te creëren.”

Kinderverzorgster, dat kan toch iedereen?

Marijke: “Medewerkers vinden met minimaal een diploma kinderverzorgster of pedagogie lukt wel, maar het moet ook klikken, ze moeten iets aan het team kunnen toevoegen. De ene is wat meer verzorgend ingesteld, de andere wat creatiever. Het blijft een vrouwenberoep, en dat ook nu twee medewerksters zelf zwanger zijn is de logische gang van zaken. Sollicitantes durven daar soms niet over praten, maar dan zeggen we: ‘Het zou heel eigenaardig zijn als je kinderverzorgster wil worden en zelf niet graag kinderen zou hebben.’ Sommigen nemen het te gemakkelijk op: ‘kinderverzorgster, dat kan toch iedereen?’ Maar het is wel degelijk fysisch én mentaal zeer belastend. We zijn 11 à 12 uur per dag open, onze medewerkers werken negen uur per dag. Twee keer per jaar houden we een algemene vergadering met alle medewerkers en doen we functioneringsgesprekken. We hebben ook per crèche recht op jaarlijks 20 uur gratis pedagogische ondersteuning. Dan kan je dus een pedagoge op de werkvloer laten bekijken wat anders zou kunnen, hoe we kinderen nog beter kunnen stimuleren, maar die meerwaarde moet je zelf vinden.

Er komt ook een extra medewerkster die we onze ‘vlinder’ noemen: die gaat fladderen van de ene crèche naar de andere, om bij te springen, maar ook voor specifieke activiteiten. Verder engageren we ons om mensen met een beperking uit een dagcentrum in de formule van ‘begeleid werken’ te laten meedraaien, zij het niet voor verzorgende taken. Zo helpen we bij hun integratie en leren ouders en kinderen dat zij er ook bij horen.”

Liever stoeien dan groeien

Marijke: “Dat Stijn de zaak mee zou trekken was absoluut nodig, al vreesde ik in het begin dat hij het niet zou blijven doen. Dat ik mijn tijd nu over drie plaatsen kan verdelen is een goeie zaak, omdat ik de pluspunten van elke crèche kan meenemen naar de andere. Ik wil geen manager in een bureau worden, ik wil tussen mijn kinderen blijven staan en ze allemaal persoonlijk kennen. Daarvoor ben ik er aan begonnen, dat zal ik nooit opgeven voor geen enkel groeiplan, al krijgen we genoeg voorstellen voor overnames of nieuwe initiatieven. Misschien ooit, als ik zelf te oud ben geworden om nog heel de dag over de grond te kruipen… Samenwerken levert ons in elk geval meer ‘quality time’ op én het gevoel samen iets opgebouwd te hebben. Maar ons leven draait nu helemaal rond die crèches. We zijn nooit gesloten, dus als we met vakantie gaan is het aan de kust en gaat de laptop mee. We verliezen het bedrijf geen dag uit het oog.” 

www.kinderopvangmiki.be

Een langere versie van deze tekst verscheen eerder in Zo Magazine van maart 2015.
Tekst: Herman Van Waes – Foto’s: Emy Elleboog